Geplaatst door Bettina van Santen wo, augustus 22, 2012 20:07:46

Er is een reactie binnengekomen op een vraag over de firma Trapman. Jongerius en Trapman werkten vanaf de jaren dertig vaak samen aan allerlei opdrachten. Maar er is weinig terug te vinden in de archieven over dit bedrijf.

Erik van Garderen stuurde onlangs echter de volgende mail:

“Bijgevoegde foto toont een Ford die door mijn grootvader is aangeschaft bij Jongerius en waar door de firma Trapman een tapissiere (carrosserie) op is gezet. Het schilderwerk is uitgevoerd door J. Scheffer van de firma Scheffer schilders uit Utrecht. (die firma bestaat nog steeds, mijn grootvader was getrouwd met de dochter van de eigenaar).

De wagen is donderblauw met gele opschriften en heeft een cabine waarin vier personen passen (passagier aan de linkerkant, chauffeur en nog twee passagiers aan de rechterkant). De ruimt per persoon zal wel niet al te groot geweest zijn als er inderdaad vier personen in de wagen zaten.

Mijn grootvader heeft aangegeven dat hij de carrosserie zelf ontworpen heeft, maar het ontwerp is naar mijn idee toch wel een relatief standaard ontwerp wat in de jaren 30 populair was. De wagen is voorzien van een 80PK V8 motor en heeft een wielbasis van 4,70 meter. Het chassis werd door Ford ontwikkeld als bus-chassis. Het laadvermogen is 5000kg en de wagen is op 9 April 1935 geleverd door Jongerius. Trapman fungeerde hier dus als onderaannemer.

Omdat mijn grootvader rond 1936 uit het familiebedrijf is gestapt en de overige familieleden geen archief hebben nagelaten weet ik niet wat er in de mobilisatie en oorlogsperiode met de wagen is gebeurd. Ik vermoed dat de wagen is gevorderd en dat het bedrijf daar een vergoeding voor heeft gekregen, aangezien het Nederlands leger een voorkeur had voor standaard Ford en Chevrolet vrachtwagens. Het familiebedrijf heeft overigens bestaan tot in 1951. In dat jaar werd het bedrijf wat vanaf 1948 bekend stond onder de naam Van Brummelen verhuizingen verkocht aan de Gebroeders Jonker aan de Daalsedijk in Utrecht.”

De foto’s komen uit de collectie van Wim van Garderen.

Bedankt!