Blog Image

boekblog

Over dit blog

In dit blog wordt regelmatig verteld over wetenswaardigheden uit de geschiedenis van de familie en het bedrijf van Jan Jongerius. Het zijn verhalen, vragen en opmerkingen die naar boven komen bij het beschrijven van deze geschiedenis. Wilt u reageren, mail dan naar Bettina of zet uw bericht in het gastenboek

3D reconstructie

Berichten Posted on 21 Nov, 2012 20:02

Dit is een reconstructie van de bebouwing aan het Merwedekanaal net vóór 1930. Rondom de hovenierswoning is een aantal werk- en bergplaatsten verschenen. De hovenier Jan Jongerius heeft overduidelijk plaats gemaakt voor de fabrikant Jan Jongerius.

Deze reconstructie is onderdeel van een serie 3D beelden die de groei van de bebouwing aan het kanaal tussen 1914 en 1947 illustreren. Ze worden gemaakt door Daan Claessen van de afdeling Erfgoed en krijgen een plek in het boek.

De reconstructies kunnen gemaakt worden op basis van bewaard gebleven bouwtekeningen (in het Utrechts Archief) en oude foto’s. Het is puzzelwerk….maar erg leuk puzzelwerk.



Een showroom aan de Leidseweg

Berichten Posted on 27 Sep, 2012 20:22

Er komen nog steeds onverwacht sporen van Jan Jongerius in Utrecht tevoorschijn. Dat gebeurde onlangs aan de Leidseweg. Het was bekend dat in het mooie pand Leidseweg 29-30 lange tijd een garage van Jongerius had gezeten. De garage lag op een achterterrein, bereikbaar via de poort en aan de straat stond de benzinepomp. En in een artikeltje uit 1937 (?) stonden ooit foto’s van deze showroom. Op de foto’s was te zien dat de showrooms een fraaie tegelvloer hadden en een even fraaie wandbetegeling. Een mooie decoratieve omgeving om de auto’s aan de klanten te tonen!

De garage van Jongerius is al lang verdwenen aan de Leidseweg en de showrooms waren woningen geworden. Maar enkele maanden geleden werden deze opgeknapt en de eigenaar meldde dat er allerlei tegels tevoorschijn waren gekomen. En daar was de showroom van Jan Jongerius weer! Het bleek dat de vloer en de wanden slechts ‘tijdelijk’ verdwenen waren, bedekt met vloerbedekking en verstopt achter voorzetwandjes.



Trapman (bis)

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 19:06

Geplaatst door Bettina van Santen wo, augustus 22, 2012 20:07:46

Er is een reactie binnengekomen op een vraag over de firma Trapman. Jongerius en Trapman werkten vanaf de jaren dertig vaak samen aan allerlei opdrachten. Maar er is weinig terug te vinden in de archieven over dit bedrijf.

Erik van Garderen stuurde onlangs echter de volgende mail:

“Bijgevoegde foto toont een Ford die door mijn grootvader is aangeschaft bij Jongerius en waar door de firma Trapman een tapissiere (carrosserie) op is gezet. Het schilderwerk is uitgevoerd door J. Scheffer van de firma Scheffer schilders uit Utrecht. (die firma bestaat nog steeds, mijn grootvader was getrouwd met de dochter van de eigenaar).

De wagen is donderblauw met gele opschriften en heeft een cabine waarin vier personen passen (passagier aan de linkerkant, chauffeur en nog twee passagiers aan de rechterkant). De ruimt per persoon zal wel niet al te groot geweest zijn als er inderdaad vier personen in de wagen zaten.

Mijn grootvader heeft aangegeven dat hij de carrosserie zelf ontworpen heeft, maar het ontwerp is naar mijn idee toch wel een relatief standaard ontwerp wat in de jaren 30 populair was. De wagen is voorzien van een 80PK V8 motor en heeft een wielbasis van 4,70 meter. Het chassis werd door Ford ontwikkeld als bus-chassis. Het laadvermogen is 5000kg en de wagen is op 9 April 1935 geleverd door Jongerius. Trapman fungeerde hier dus als onderaannemer.

Omdat mijn grootvader rond 1936 uit het familiebedrijf is gestapt en de overige familieleden geen archief hebben nagelaten weet ik niet wat er in de mobilisatie en oorlogsperiode met de wagen is gebeurd. Ik vermoed dat de wagen is gevorderd en dat het bedrijf daar een vergoeding voor heeft gekregen, aangezien het Nederlands leger een voorkeur had voor standaard Ford en Chevrolet vrachtwagens. Het familiebedrijf heeft overigens bestaan tot in 1951. In dat jaar werd het bedrijf wat vanaf 1948 bekend stond onder de naam Van Brummelen verhuizingen verkocht aan de Gebroeders Jonker aan de Daalsedijk in Utrecht.”

De foto’s komen uit de collectie van Wim van Garderen.

Bedankt!



reactie bericht hieronder

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 19:02

Geplaatst door E Landsmeer zo, juni 17,
2012 22:26:48

Zo te zien is de Foto rechts een wagon van een smalspoor en aan de ketting
aandrijving te zien heeft de motor links daar mee te maken.

Op de achtergrond denk ik loodsen van de Noordoost polder te herkennen door
hun typische bouw door middel van vierkante beton platen.

Ik kwam plotseling op het idee door nog een keer te lezen .

En voedselhulp aan onderduikers , in de Noordoostpolder zaten er veel te
combineren .

Hoop je op een idee gebracht te hebben.

groet Ed Landsmeer Utrecht



Wat zien we hier?

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:59

In het Nationaal Archief in Den Haag trof ik deze twee foto’s aan. Ze zaten in een map vol met bedankbrieven van mensen die voedselhulp en andere ondersteuning hadden gekregen van Jongerius tijdens de Tweede Wereldoorlog. De foto’s leken nogal willekeurig in deze map te zijn beland. Toch moeten de foto’s op de een of andere manier iets te maken hebben met de periode 1940-1945. Er zijn namelijk nog meer dossiers ‘Jongerius’ over die periode in het Nationaal Archief en de foto’s zullen ooit met een reden bij deze stukken terecht zijn gekomen. Maar als er geen enkel verband lijkt te bestaan tussen de foto’s en de andere documenten in een map, hoe kom je er dan achter wat er afgebeeld is en waar het mee te maken kan hebben?

Een eerste navraag (dank je wel Leo Heus) leverde op dat op de linker foto waarschijnlijk een Dorman diesel motor te zien is: een tweecylinder vol diesel voor stationair gebruik. Deze motoren werden gemaakt in Engeland in de tweede helft van de dertiger jaren. Blijft de vraag: wat doet zo’n foto in dit archief over de oorlog?

En daarom stel ik graag ook hier de vraag: wie weet wat voor een soort apparaten hier tentoongesteld worden? Hebben ze met elkaar te maken? Is er een jaartal of periode aan te verbinden? En weet iemand ook wáár deze foto’s zijn gemaakt en welk gebouwen op de achtergrond te zien zijn?



De Poolse automonteur

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:56

Geplaatst door Bettina van Santen do, februari 23, 2012 22:27:15

Begin jaren vijftig was Jongerius een groot bedrijf met veel werknemers. Er was de carrosseriefabriek aan het Kanaal, maar er waren natuurlijk ook nog de garages in Utrecht en Amsterdam. De meeste werknemers kwamen ongetwijfeld uit Utrecht en omgeving, maar zeker niet allemaal. Ook voor de oorlog kwamen soms mensen uit allerlei windstreken, op zoek naar werk, bij Jan Jongerius terecht.

Maar buitenlandse arbeiders? In de jaren vijftig dook plotseling de Poolse automonteur W. Gorgosz in de kranten op. Deze ‘automonteur bij Jongerius aan de Kanaalweg’ kwam in het nieuws toen hij met zijn 13-jarige zoon Sylvester werd herenigd. Zijn vrouw in Polen was overleden en na allerlei formaliteiten mocht hij eindelijk zijn zoon naar Nederland laten overkomen.

W. Gorgosz – we komen zijn voornaam niet te weten – had zijn vrouw en éénjarig zoontje in Polen achtergelaten, toen hij aan het begin van de Tweede Wereldoorlog vluchtte naar Engeland. Daar nam hij dienst in het Poolse leger, opgericht door de Poolse regering in ballingschap. Na de bevrijding had hij nog twee jaar bij het Geallieerde bezettingsleger in Duitsland gediend. Daarna werd hij gedemobiliseerd en kwam in Nederland terecht. En op de een of andere manier vond hij werk als automonteur bij Jongerius.

Meer komen we uit het krantenberichtje niet te weten. Wel is er een foto van een gelukkige vader W. Gorgosz met zijn 13-jarige zoon Sylvester.



Het bombardement en de eenmanstorpedo’s

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:54

Geplaatst door Bettina van Santen vr, januari 27, 2012 20:42:52

Over het bombardement van de fabriek op 4 november 1944 is al heel wat geschreven, met name door mensen die destijds ooggetuige zijn geweest (zie o.a. het AD/Utrechts Nieuwsblad van 9 mei 2006). Er is echter nog een getuigenis van het gebeuren en wel van de kant van degenen die het bombardement destijds hebben uitgevoerd. Dankzij minutieus speurwerk van Hendrik Land en Lance Byrne (zoon van één van de vliegers) is een complete reconstructie gemaakt van de aanval op die zaterdagmiddag. Zij maken onder andere gebruik van de logboeken van de RAF (Operation Record Books) waarin alles zorgvuldig werd genoteerd. De aanval werd uitgevoerd door de squadrons 193 en 197. In het logboek van squadron 197 werd Jongerius benoemd als een ‘human torpedo factory’. De reconstructie van Hendrik Land en Lance Byrne krijgt natuurlijk een plek in het boek.

Interessant is ook de vermelding ‘human torpedo factory’. Dit slaat op de eenmanstorpedo’s die op dat moment in de door de Duitsers in beslag genomen hallen aan het Kanaal waren opgeslagen. Die eenmanstorpedo’s behoorden tot de geheime wapens die Duitsland wilde inzetten in die – achteraf beschouwd – laatste oorlogsmaanden. De belangrijkste waren natuurlijk de V-wapens (V1 en V2), waarvan de V2 niet uit de lucht gehaald kon worden en op de grond (vóór lancering) onschadelijk gemaakt moest worden. Aangezien de V2’s vanaf eind 1944, toen de Duitsers hun afvuur locaties in Frankrijk kwijt waren, vooral vanuit het nog bezette West Nederland op Engeland werden afgeschoten, waren vliegers van zowel het Fighter Command (verdediging Engelse luchtruim) als de 2nd Tactical Airforce (luchtmacht deel RAF dat met de geallieerde legers mee trok) hier actief om opslagplaatsen, transporten en transportlijnen te bombarderen van met name die V2. Maar daarnaast ‘pakte’ men af en toe ook andere strategische doelen mee, zoals Jongerius.

Wat een eenmanstorpedo precies is, kan men onder andere zien in een Polygoonjournaal uit 1944 (zie website Beeld en Geluid). Er zijn meerdere varianten van dit type dwerg U-Boot (Seehund, Biber, Neger enz.), waarvan de Seehund vanaf december 1944 bij IJmuiden werd uitgetest (zie Andere Tijden 17-11-2010). Volgens de knokploeg die actief was bij Jongerius, waren de eenmanstorpedo’s bestemd voor Nijmegen. In de illegale pers van november 1944 wordt gemeld dat de eenmanstorpedo’s ‘t.z.t gebruikt zouden worden in de binnenwateren tegen pontonbruggen’. Het lijkt er daarom ook op dat hier sprake moet zijn van het allereenvoudigste type, zoals in het Polygoonjournaal van 1 augustus 1944 te zien is. En op dit plaatje, dat van het internet gehaald is.



reactie takelwagens

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:36

Geplaatst door J. Venema do, maart 08,
2012 12:40:59

Het lijkt dat men bezig is met landmeet-stangen (meter stukken?)die
verbonden zijn met tussenogen en aan elkaar zaten. Hoogte van de arm van de
kraan meten?

Meetlint ed. bestond nog niet immers.

Geplaatst door Jan Jongerius jr.jr. zo,
januari 15, 2012 22:55:28

De man die rechtsvoor staat is mijn vader Jan Jongerius jr. Aan zijn
leeftijd te zien is de foto uit midden jaren veertig

Jan



De takelwagens van Jongerius

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:24

De takelwagens van JongeriusGeplaatst door Bettina van Santen zo, januari 15, 2012 21:42:54

Bijzonder trots was Jan Jongerius op ‘zijn’ kraanwagen: een automatisch aangedreven takel op een Fordchassis, aanvankelijk ingezet voor de pompenzetterij en het leggen van benzinetanks. Al snel bleek een takelwagen echter ook een onmisbare hulp bij auto-ongelukken en pech onderweg. Takel- en sleepwagens voor hulp onderweg waren rond 1914 in Amerika geïntroduceerd en in de jaren twintig verschenen ze ook op de Nederlandse wegen. Wanneer Jongerius zijn eerste takelwagen in gebruik nam, is onbekend, maar in de tweede helft van de jaren twintig verscheen het ene na het andere verhaal in de locale kranten over de kraanwagens van de firma Jan Jongerius. Vooral werknemer Johan van Altena, bijgenaamd Lange Jes, zou een ongekende behendigheid hebben ontwikkeld met de kraan.

Het waren met name de te water geraakte auto’s die het nieuws haalden. Op de foto een bij de Rijksstraatweg in het water terecht gekomen auto ( ca 1927- het utrechts archief).

Op de tweede foto staat een takelwagens bij het kantoor aan de Kanaalweg, maar nu zijn we ergens aan het einde van de jaren veertig of aan het begin van de jaren vijftig aanbeland (?). De takelwagen mag zich verheugen in belangstelling van meerdere werknemers van het bedrijf. Of is hier iets anders aan de hand?

De foto is afkomstig uit het foto-archief van de familie van Co Jongerius.



Reactie waterrups

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:22

Geplaatst door Bettina van Santen za, oktober 29, 2011
12:42:23

Heel fijn om zo’n
uitgebreide en informatieve reactie te krijgen. De waterrups lijkt dus vooral
een niet-realistische uitvinding van een vasthoudende Kolkman. Maar toch heeft
men bij Jongerius aan bouwkundige Van Bentum opdracht gegeven een waterrups uit
te tekenen. Zouden er meer bedrijven zijn geweest die het principe toch wilden
uitproberen?

Geplaatst door Fons Alkemade ma, oktober
24, 2011 22:12:28

Toevallig weet ik meer van de Waterrups. Dat komt doordat ik in de jaren 90
het archief van de Delftse hoogleraar J.M. Burgers (JMB) heb geordend en
bestudeerd. Burgers is al begin jaren 30 benaderd door Kolkman en daarna kwam
hij niet meer van deze uitvinder/fantast af.

Hieronder ziet u passages uit het archief die ik een tijd geleden heb
uitgetikt. Er zitten wat tikfouten in en ik heb niet alle citaten uitgetikt,
maar het geeft wel een beeld.

In 1932 krijgt JMB een brief van een prof.dr.ir. H. Gelissen uit Maastricht
die weer een vraag van ene Kolkman uit Amby had gekregen. K. had een
hydrostatisch verschijnsel gevonden en kon geen verklaring vinden. JMB vraagt
K. langs te komen; K. schrijft hem eerst een brief met uitleg: “Ik heb een
werktuig geconstrueerd …”.

25 1 1932

JMB schrijft K. na het gesprek een brief met theoretische beschouwing,
zonder een oordeel over bruikbaarheid te geven. K. schrijft JMB een dankbrief
en zegt dat hij de beschouwing heeft begrepen. In 1933 krijgt Gelissen echter
opnieuw een brief van K., die twee dictaten over zijn vinding blijkt volge­schreven
te hebben; G. vraagt JMB om advies. K. heeft inmiddels andere ingenieurs en
wetenschappers lastig gevallen en beweert o.a. dat Van Iterson de technische
haalbaarheid heeft bevestigd. JMB schrijft G. dat er in de beschouwingen van K.
een zwak punt zit dat de zaak in duigen gooit.

K. hoort hiervan van G. maar schrijft weer een brief aan G. waarin hij
uitlegt dat JMB zich vergist heeft. JMB ziet dat K. er weinig van begrijpt en
vraagt hem weer langs te komen. Daarna lijkt K. een ander project op te willen
zetten waarin uit eb en vloed energie wordt onttrokken d.m.v. schotten. K.
heeft zelfs Karman om advies gevraagd. JMB wijst in een volgende brief op de
praktische onuitvoerbaarheid van het plan en ziet in dat het voorstel min of
meer op een perpetuum mobile neerkomt.

En Thijsse wees er in een gesprek met hem op dat een eb en vloed verschil
van 22 m nodig zou zijn; dit bestaat niet eens in Nederland!

K. schrijft in nov. 1934 terug dat hij op eigen kosten een proefop­stelling
heeft gebouwd. Uit zijn brief: “Nadat ik de vereischte proeven genomen
…”.

27 11 1934

Van Iterson wil niet komen, volgens K. omdat men in zijn vinding
concurrentie van de Staatsmijnen ziet mbt energieopwekking. Ook G. schrijft hem
dat hij moet stoppen. K. voelt zich “verplet­terd”. “Ik sta nu,
met 5

nog jonge kinderen bij vreemden en pension, zonder middel van bestaan; en
dat alleen als gevolg van (U vergeve mij de uitdrukking) misleiding.”

K. vraagt JMB hem een rapport te mogen toezenden over de proeven. JMB mag
ook altijd komen kijken en testen.

“Moge mijn hoogst onaangename positie waarin ik ben gekomen …”.

JMB weet niet goed wat ermee aan te vangen en vraagt Van Iterson om raad en
om uitleg over de werkelijke gang van zaken rond K. “Het is voor den man
zelf wel droevig; ik had …”.

13 12 1934

Iterson legt de zaken uit. G. had ingenieurs naar K. gestuurd om de zaak te
bekijken maar zij oordeelden ongunstig. Toch gaf men hem wat geld; je wist maar
nooit … K. werd ontslagen omdat hij door reorganisatie niet meer nodig was;
bovendien was men niet over hem tevreden.

“Ik ben zeer bevreesd, dat de heer Kolkman door zijn idée fixe zijn
ogeluk tegemoet gaat, …”.

14 12 1934

In dec. 34 schrijft JMB K. nog maar eens met de oproep te stoppen met zijn
experimenten en de mededeling dat hij niet naar Limburg zal komen. Hij betreurt
zijn persoonlijke omstandigheden maar kan niets doen.

In feb. 1935 schrijft K. opnieuw naar JMB. K. is teleurgesteld over JMB’s
houding en K. probeert uit te leggen waar JMB de mist in ging met zijn
beschouwing. Inmiddels, zo kan K. melden., hebben zijn proeven de juistheid van
zijn hypothese bevestigd. K. beschuldigt JMB ervan hem te gronde te hebben gericht
en acht het niet meer dan normaal dat JMB hem opnieuw zal helpen. Het minste
wat hij kan doen is K.’s bijge­werkte

theorie goed te keuren. JMB schrijft hem dat hij geen tijd heeft en roept
K. nogmaals op met zijn plannen te stoppen.

K. besluit een artikel over zijn werk naar De Ingenieur te sturen, waarover
JMB’s oordeel wordt gevraagd door redacteur Cool. JMB legt Cool nog maar eens
uit wat er allemaal mis is in de berekeningen.

De volgende brief is van april 1939. K. noemt zich inmiddels
“hydrotechnicus” en op het brief papier staat “Hydrotechnisch
Bureau A.R.K.O.S. Waterkrachtinstallaties, Drinkwatervoorziening, Pompen
Motoren,

enz.” uit Eindhoven. K. meldt dat hij licentiehouder van een
Nederlands octrooi is op een “Hydro motor” dat op naam van ene
Tummers staat.

“Dit werktuig heeft ten doel … de bewegingsenergie van stroomend
water te benutten voor het aandrijven van één of ander werktuig.” Dit oude
ontwerp blijkt tot een nieuw model “Onder­slag Waterrad” omgebouwd te
zijn en dit wordt getest. “teneinde nu ons werktuig bekendheid te geven,
hebben wij het voornemen eenige artikelen ter plaat­sing aan een dagblad aan te
bieden en tegelijkertijd een min of meer wetenschappelijke verhandeling te
geven in een der technische periodieken.” Maar eerst wil men advies van
JMB. Deze geeft op een velletje precies aan waar de schoen in K.’s beschouwing
wringt. Ook Thijsse wordt het zat en meldt JMB dat “de stakker” nu
zelfs is overgegaan tot het schrijven van requesten aan de minister.

JMB schrijft het Department van Waterstaat in mei 1940 hier­over:

“Zooals reeds eerder is medegedeeld, meent de heer Kolkman uit
stromend water meer energie te kunnen halen, dan wordt aangevoerd. …”.

23 5 1940

Het ministerie neemt de mening van JMB en Thijjse over en schrijft K. dat
“geen aanleiding gevonden kan worden deelneming van de Nederlandsche
Regeering in de exploitatie van Uw systeem van energiewinning te
bevorderen.”

K. blijft JMB echter bestoken met argumenten dat Thijsse en hij zich
vergissen.

In feb. 42 schrijft K. opnieuw. Enige ingenieurs van het WL hebben een
onderzoek gedaan naar zijn “waterkrachtwerktuig” dat inmiddels
Waterrups wordt genoemd.

Naar aanleiding vna het rapport gaat JMB weer rekenen en vindt een bijna
even grote opbrengst van de rups als uit de experimenten blijkt. Men meldt K.
dat nu is aangetoond dat hij inderdaad iets over het hoofd heeft gezien.

In maart 1943 blijkt er een “studieraad ter bestudeering van de
waterkrachtinstallatie de ‘Kolkman’ waterrups” te bestaan. J.M. Figee
meldt vanuit het Bureau van den Leider dat de studieraad is opgezet. Men vraagt
JMB of hij zo spoedig mogelijk wil komen praten. In de raad zit ook ir. E. van
Dieren, dan voorzitter van het College van Curatoren der Technische Hogeschool.
JMB vraagt hem eerst eens met hem te kunnen praten. Twee maanden later meldt
Van Dieren dat hij ziek was, maar dat hij eigenlijk helemaal niets van Kolkman
weet en alleen door een officiële instantie is benoemd. K. komt weer met
meetresultaten, die zijn gelijk moeten aantonen. K. krijgt opdracht van de Stu­dieraad
aan de hand van de metingen van het WL een installatie te bouwen. JMB wordt
door de Leider weer om een oordeel gevraagd.

JMB antwoordt beleefd op de brieven die volgen en rekent voor wat wel en
niet kan. Hij vraagt beleefd op sommige punten of men zich niet in getallen of
formulering heeft vergist (waaruit zonneklaar blijkt dat de raad er weinig van
begrijpt).

Uit een brief van de Leider aan JMB van juli 1943 blijkt dat men het
ontwerp ook aan de Inspecteur Generaal voor Water en Energie in Berlijn heeft
voorgelegd en deze vindt op sommige punten andere getallen dan JMB. K. blijkt
inmiddels begonnen te zijn met de bouw van een proefmodel. JMB meldt Van Dieren
zijn scepsis: “De mededeeling dat men nog wil wachten op de resultaten van
verdere laboratoriumproeven omtrent de kleinst mogelijke afstand der schoepen
…”.

8 7 1943

In een brief aan de Leider meldt JMB dat de beschouwingen uit Berlijn niet
bruikbaar zijn, dat de berekeningen van K. voor de maten van zijn model niet
helemaal goed zijn en dat de enorme con­structie die gemaakt zou moeten worden
voor de echte waterrups maar 40 pk zal leveren; JMB vraagt of dit nog wel
zinvol is. Ook legt JMB uit dat K. gewoon niet voldoende kennis van zaken
heeft. JMB heeft inmiddels behoorlijk wat berekeningen aan de rups besteed.

JMB discussieert weer met K. maar uiteraard zonder vrucht. De Leider meldt
vervolgens dat JMB’s beschouwingen helemaal niet op de rups betrekking hebben!
Wel wil men nog wat andere dingen van JMB weten. JMB legt nog maar eens
uitvoerig uit dat zijn beschouwing wel degelijk ter zake is en hij blijft erbij
dat

de waterrups economisch niet verantwoord is. Aan Van Dieren schrijft JMB
dat hij ernaar verlangt dat de zaak nu ten einde is. De Studieraad vindt het
daarop nodig dat nieuwe, en dit­maal wel bruikbare, metingen worden gedaan bij
het WL. Zij meent dat JMB’s berekeningen wel goed zijn, maar dat zijn veronder­stellingen

niet deugen. Uiteindelijk melden JMB en Thijsse in okt. 1943 aan de
Secretaris Generaal van het Dep. van Waterstaat dat Kolkman niet voldoende
deskun­dig is en dat de Raad de gedane metingen niet wil accepteren, zodat men
niet verder komt. Thijsse wil geen proeven meer doen in het WL.

Pas na de bevrijding gaat de correspondentie door. JMB krijgt een brief van
prof. J. Goudriaan, regeringsadviseur voor energie­voorziening die hem op 12 7
1945 vraagt naar de levensvatbaarheid van de rups. In zijn antwoord legt JMB de
zaak nog eens helder uit:

“Het is merkwaardig welk een lang leven sommige niet bizonder
vruchtbare gedachten vertonen. …”.

JMB is uiteraard zeer verwonderd dat de zaak nog altijd blijkt te spelen.
Nieuwe proeven acht hij zeker niet nodig. Goudriaan blijkt niet van K.’s
relatie met de NSB op te hoogte te zijn geweest.

In jan. 1946 ontvangt JMB zowaar toch weer een brief van K. Deze blijkt een
octrooi te hebben aangevraagd op zijn werk­tuig. Of JMB wil meehelpen aan het
schrijven van K.’s verweer­schrift.

JMB is furieus. Vanuit Manchester schrijft hij: “Ik sta verbaasd over
Uw ongelofelijke brutali­teit; …”.

2 2 1946

K. verweert zich. Zijn zoons hebben bij het verzet gezeten en één is vlak
voor de bevrijding gefusilleerd. Samen met een pater heeft hij de eerste
experimenten opgezet en kreeg ver­volgens ongevraagd steun van Waterstaat
tijdens de oorlog en werd een Studieraad opgezet. “Ik heb den voorzitter
van dien raad … medegedeeld geen geestverwant te zijn, wat deze echter geen
bezwaar vond.”

Een verslag van de affaire tot 1944 is ook te vinden in de notulen van een
vergadering van het bestuur van de Stich­ting Waterbouwkundig Lab. van 31 1
1944, wanneer het WL opdracht krijgt van de Commissaris voor niet commercieele
Verenigingen en Stichtingen om Kolkman en leden van de Studieraad te helpen bij
het doen van nieuwe metingen.



Een waterrups

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 18:06

Geplaatst door Bettina van Santen wo, oktober 19, 2011 14:51:16

Alternatieve energiewinning is niet alleen iets van onze tijd, zo blijkt uit een merkwaardige tekening die in 1944 in opdracht van de N.V. Jongerius is gemaakt. Bouwkundige A.W. van Bentum tekent daarop het ontwerp voor een ‘waterrups’. Op de tekening is een lopende band te zien met een soort transformatorhuisje. Het gehele apparaat zou in de volle lengte naast de fabriekshallen van Jongerius moeten worden neergezet.

Het lijkt aannemelijk dat dit vreemde apparaat iets met energieopwekking te maken moet hebben. Tijdens de oorlog zijn brandstoffen en grondstoffen immers al snel schaars. Bedrijven, zoals Jongerius, die ingeschakeld worden door de Duitsers, krijgen weliswaar voorraden toegekend om aan het werk te kunnen blijven, maar naarmate de oorlog voortduurt, wordt ook dat steeds moeizamer. Alternatieve methoden om energie op te wekken zijn dus welkom.

Maar wat is dan een waterrups?

Enig speurwerk levert de volgende informatie op.

In 1942 brengt ingenieur R. Kolkman uit Eindhoven zijn ‘installatie om elektrische energie te winnen uit de kracht van stromend water’ op de markt. Hij heeft het apparaat dan al een tijdje proefondervindelijk uitgeprobeerd bij het riviertje de Dommel. Kolkman: ‘het zij-aanzicht is te vergelijken met het uitwendige transportmechanisme van een moderne oorlogstank. De transportband moet men zich vervangen denken door kettingen of kabels, waarop in schuinen stand schoepen zijn gemonteerd. De installatie – die bij grootbedrijven tientallen meters lang kan zijn – staat voor driekwart in het water, dat door een hellende bedding stroomt. Door den druk die de stroom op de schoepen oefent, gaat het geheel “rijden”en gaan dus de transportassen draaien. Op deze assen kan een dynamo gekoppeld worden”. De naam waterrups heeft hij zelf bedacht: ‘wanneer mijn installatie “rijdt” planten de golven van het water zich voort en ontstaat in het water een beweging die doet denken aan het kruipen van een rups’.

Het principe van de waterrups lijkt na deze uitleg duidelijk, maar of het wonderlijke apparaat ook daadwerkelijk is gebruikt door Jongerius, is niet bekend. Uit de tekening is ook niet goed op te maken van welk water die rups nu gebruik maakt. Het Merwedekanaal? De parallelvaart langs het kanaal? Of een sloot?

Wie het weet, of er slimme ideeën over heeft, mag het zeggen.



Het is een vuilniswagen!

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 17:48

In onze Nieuwsbrief nummer 21 werd de vraag gesteld wat voor wagen er op de foto staat. Een aantal betrokken lezers reageerden: ‘Het ziet er uit als een (vroege) versie van een vuilniswagen met de bak omhoog gekanteld, zodat het vuil naar voren zakt’, zegt Ed Schulte.

Ook Bart Langerwerf denkt dat. Hij voegt er aan toe dat deze wagens volgens hem gebruikt werden in de periode 1950-1970 en roltrommelwagen heten.

Ad van der Burg weet het zeker: ‘Wat u op de foto ziet is een vuilniswagen waarvan de laadbak omhoog gekanteld is om het vuil naar voren te doen vallen, zodat de mannen er weer vuil in kwijt konden. Volgens mij is de vuilniswagen gebouwd op een chassis van een Amerikaanse Ford vrachtwagen van net na de oorlog met zo’n hoge stompe neus en uiteraard een benzine V-8 erin’.

Frank van der Boogert, collectiebeheerder Stichting Veteraan autobussen, zegt: De foto toont een door Jongerius gebouwde huisvuilwagen. Deze was voorzien van een inrichting waardoor de bak kon worden gekanteld, om op deze wijze het huisvuil te comprimeren en de nuttige laadruimte zo goed mogelijk te gebruiken. Op de foto staat de bak in gekantelde, omhoog gebrachte toestand. Waarschijnlijk gebeurde dit kantelen met oliedruk, want op de foto lijkt een hydraulische cilinder te zien.

Jo Dormans denkt aan een foto uit de dertiger jaren. Hij zegt: ‘Vroeger hadden vuilniswagens geen pers om de vuilnis in de bak samen te persen. Toen werd de vuilniscontainer rechtop gezet zodat alle vuil voorin de bak bij elkaar kwam. Op de foto is de bak in opgeklapte stand te zien. Als hij neergeklapt was dan konden de vuilnismannen de emmers achterin legen. Omdat er geen pers was moest de bak regelmatig omhoog geklapt worden. Het vuil moest door eigen gewicht wat compacter worden, maar men moest natuurlijk veel sneller naar de vuilstort dan bij een installatie met een echte pers zoals tegenwoordig. Op de vuilstortplaats kon de container naar achteren toe gekipt worden, om een ander (het achterste) scharnierpunt, zodat het vuil eruit viel. ‘

Hij stuurt een foto hiervan mee (zie hieronder).

Het is dus een vuilniswagen. Niet zo efficiënt als tegenwoordig, maar zoals Jo Dormans al opmerkt, de huishoudens produceerden vroeger ook aanzienlijk minder afval

Bart Langerwerf maakt ons nog opmerkzaam op een filmpje in het Utrechts Archief en Ed Schulte tipt ons over een filmpje op Youtube waar we in het begin een dergelijke vuilniswagen voorbij zien komen. U ziet het onder dit blogbericht.

Met hartelijke dank aan alle mensen die gereageerd hebben!

Marga Mulder



10 mei 1940

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 17:35

Geplaatst door Bettina van Santen vr, april 29, 2011 14:28:58

‘Nederland in de gruwelen de oorlog betrokken. Te 3 uur in den morgen Duitsche troepen in ons land, tot aan de IJssellinie. Doorgedrongen tot in Arnhem. Grote koppels van 5 tot en met ruim 20 bombardementstoestellen boven Utrecht en omstreken.[…] Het geheele afweergeschut rond Utrecht in volle actie, terwijl ik hier zit te pennen, vliegen de projectielen door de lucht.’

Het was Ans Jongerius die in die eerste paar oorlogsdagen verslag deed van alles wat er zich afspeelde rondom het huis aan de Kanaalweg en van wat zij hoorde over de gevechten in Nederland.

‘Zojuist kwam er een Frans verkenningsvliegtuig vlak over ons huis, en baande zich nog net ’n weg tusschen de bomen door. Een drie motorig bombardementsvliegtuig van Duitsche nationaliteit werd voor ’n uurtje terug, naar beneden geschoten. Na bijna een half uur richten en mikken (ons afweergeschut had hem heelemaal ingesloten), slaagde het geschut in den Oudenrijn de Meern er in hem naar beneden te halen, ’n ontzettend gezicht was dat. Het machine bevatte 5 personen, 4 kwamen om het leven, de 5e wist zich met een parrasuete naar beneden te werpen, het bevatte nog zo’n 3000 liter benzine, zodra ’t den grond bereikte, zag men een grote vlammenzee, wat vlug gedoofd werd. Mijn broer Jan als militair bij ons ingekwartiert was op post juist waar het geval zich voor deed.’

Het Duitse vliegtuig waar Ans over schrijft, is dezelfde bommenwerper die in 2010 werd opgegraven in Leidsche Rijn. De nauwkeurige reconstructie die de archeologen maakten van het incident, geeft op enkele onderdelen iets andere feiten dan Ans vertelt. Het ging in werkelijkheid om een tweemotorige Junker 88 met vier inzittenden, waarvan er één per parachute het toestel op tijd wist te verlaten. Natuurlijk heeft Ans het neerschieten zelf gezien en daarna het verhaal van haar broer Jan ongetwijfeld nogmaals gehoord. Je kunt je echter goed indenken dat in die schokkende eerste uren van de oorlog iedere ooggetuige zijn eigen versie van het gebeuren beleefde.

Links een voorbeeld van een Junker 88 en rechts de restanten van het neergestorte vliegtuig zoals deze zijn opgegraven in 2010.



Trapman

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 17:33

Geplaatst door Bettina van Santen di, april 12, 2011 20:39:15

De firma S. Trapman

In de eerste bijdrage aan het boekblog werd geschreven over de garage Oudenrijn, die gelegen was aan wat nu de Leidseweg heet. Langs diezelfde Leidseweg zat ook carrosseriebedrijf S. Trapman, waar Jongerius vaak mee samenwerkte.

Volgens familieleden besteedde Jongerius vaak werk uit aan Trapman of juist omgekeerd: ‘wat bij Trapman niet lukte’ werd alsnog bij Jongerius gerepareerd.

De informatie over het werk dat bij Jongerius voor de oorlog werd uitgevoerd komt slechts bij stukjes en beetjes boven water. Er zijn gelukkig nog een paar oud-medewerkers die graag iets willen vertellen. Maar er zijn geen uitgebreide archieven voorhanden. Soms tref je wel een bericht aan over een ziekenauto die voor de gemeente Utrecht gemaakt wordt ‘met Ford chassis geleverd door Jongerius’ en afgebouwd en ingericht bij Trapman. De toenmalige directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheid Dienst was er maar wat blij mee. In eenzelfde samenwerking leverden Jongerius en Trapman een nieuwe brandspuit aan de vrijwillige brandweer van Oudenrijn. Op de foto zien we de brandweermannen op 23 maart 1939 oefenen met ‘de nieuwe motorspuit’ bij hotel Den Hommel.

Het zou geweldig zijn als blijkt dat er een archief is van carrosseriebedrijf S. Trapman of dat er nog familieleden of medewerkers zijn die meer kunnen vertellen over die samenwerking…..



Bewegende beelden

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 17:29

Geplaatst door Vrienden van het Jongeriuscomplex wo, maart 02, 2011 15:08:02

Weet u dat?

Jan Jongerius was in een aantal opzichten zijn tijd vooruit. Dat gold niet alleen voor zijn bedrijf maar ook voor zijn persoonlijk leven. Zijn villa was bijvoorbeeld voorzien van allerlei moderne snufjes.

Jongerius bezat een camera (een Leica) die bewaard is en ook – voor die tijd helemaal een nieuwe ontwikkeling – een filmcamera. Er zijn filmopnames bewaard gebleven van allerlei belangrijke gebeurtenissen in de familie zoals een priesterwijding, een trouwerij of een jubileum. Van de villa zijn er zelfs opnames in kleur.

De filmpjes van de familie Jongerius zijn in beheer gegeven aan het Utrechts Archief. Ophun site kun je een kleine compilatie van de vele minuten film bekijken.

Het is de vraag of Jongerius zijn filmcamera al in Nederland kon kopen of dat hij hem in Amerika heeft gekocht toen hij daar op reis was. Het gaat om een Cine-Kodak Eight, model 60.

Kunt u hierover iets vertellen of kent u iemand die hier meer over weet? Wilt u dan reageren?



Kraak en Van der Krol

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 17:27

Geplaatst door Bettina van Santen vr, februari 11, 2011 15:10:30

Kraak en Van der Krol.

De eerste berichten over Jan Jongerius in verband met Ford duiken op in 1925. Niet dat hij toen al Forddealer was, want dat geschiedde pas officieel op 1 januari 1927. Een van de eerste officiële Forddealers in Nederland vestigde zich in 1912 in Utrecht, op Wed 5 (Wilson & Co), maar verhuisde in 1918 naar Amsterdam. Van 1922 tot 1925 was de ‘Utrechtsche Automobielhandel’ aan de Biltstraat de officiële Utrechtse Forddealer. Ook was er sinds 1924 op de lange Smeestraat een ‘Ford reparatie-inrichting’ van Gerrit Kraak en Christiaan van der Krol. In augustus 1925 stapte de Utrechtsche Automobielhandel over op Citroën en Studebaker en werden Kraak en van der Krol de ‘official Ford dealer’, gevestigd op Oudenrijn 38 (aan de Leidseweg dus). Ook nadat Jan Jongerius het Forddealerschap overnam , zou Christiaan van der Krol een belangrijke rol in het bedrijf van Jongerius blijven spelen. Hoe in de jaren twintig precies de relatie tussen Jongerius en Kraak en Van der Krol tot stand kwam, is nog wat onduidelijk. Interessant is de vermelding dat de firma Kraak en Van der Krol tijdens de Jaarbeurs van september 1925 een reclamecampagne voor Ford op touw zette. Ze projecteerden op diverse plaatsen in het centrum op een mobiel bioscoopscherm (geplaatst op een Fordvrachtwagen) reclameplaatjes van Fordproducten. Deze reclameplaatjes waren getekend door C.W. Klemann. Maar voordat ze deze voorstellingen gaven, oefenden ze eerst de avond ervoor …op het terrein van ‘den heer Jongerius even voorbij Welgelegen’.



Ford garage Oudenrijn

Berichten Posted on 18 Sep, 2012 17:25

Geplaatst door Bettina van Santen zo, januari 30, 2011 16:04:17

De garage aan de Rijksstraatweg 41

Op dit moment worden de laatste resten van een oud garagebedrijf aan de Leidseweg gesloopt. Op 1 januari 1927 werd deze hal officieel in gebruik genomen als garagebedrijf en reparatie-inrichting van Jongerius. De plek is onder andere onlosmakelijk verbonden met Co Jongerius, de jongere broer van Jan. Omdat het nog in de gemeente Oudenrijn lag, werd het adres ook aangeduid als Oudenrijn 41.

Naast reparatie-inrichting, was het ook het centrale magazijn waar Ford auto-onderdelen op voorraad lagen. Wonderbaarlijk genoeg was iets daarvan tot voor kort nog zichtbaar in het gebouw. Zie hier het opschrift dat op de muur was aangebracht. Lettertype en kleur (rood!) passen mooi in het beeld dat opduikt uit archiefstukken en verhalen. Multinational Ford hechtte groot belang aan reclame en p.r. en gaf daarover ook instructies aan zijn vertegenwoordigers in Europa. Het nog jonge bedrijf van Jan Jongerius ging daar in de jaren twintig en dertig vol enthousiasme in mee.